
Beantwoording schriftelijke vragen
Op maandag 3 oktober jl. stelden wij aan het college schriftelijke vragen over het conflict tussen Staatsbosbeheer en de familie Evers, pachter, inzake de IJslandse paarden.
Wij ontvingen de volgende antwoorden:
De ChristenUnie heeft schriftelijke vragen gesteld over het conflict tussen Staatsbosbeheer en de
pachter van Groeneveld 5, de heer G. Evers. Hieronder treft u onze antwoorden op de vragen aan.
Situatieschets
In de inleiding tot de vraagstelling wordt aangegeven dat Staatsbosbeheer altijd heeft geweigerd in te
stemmen met het voornemen van de heer Evers om het aantal koeien uit te breiden tot een
zodanige omvang dat sprake zou zijn van een levensvatbaar bedrijf. De situatie is zo, dat
Staatsbosbeheer bij brief van 2 maart 2004 niet heeft ingestemd met het bedrijfsverbredingsplan van
de heer Evers, waarin onder meer het verzoek was opgenomen om het melkquotum met 90.000 kg.
uit te breiden. Daarnaast werd de financiële haalbaarheid van een verbreed landbouwbedrijf als
beperkt ingeschat.
Vraag 1
Is het college op de hoogte van het feit dat er al jaren een conflict gaande is tussen Staatsbosbeheer en de
familie Evers (pachter Groeneveld 5) inzake het laten grazen van IJslandse paarden?
Antwoord:
Dit is ons bekend.
Vraag 2
Klopt het dat Staatsbosbeheer het pachtcontract met de familie Evers wil opzeggen waardoor zij min of
meer gedwongen worden hun boerderij te verlaten?
Antwoord:
Dit is juist. Staatsbosbeheer heeft de pachtovereenkomst opgezegd en de pachtkamer van de
rechtbank Utrecht heeft de pachtovereenkomst ontbonden. Evers heeft tegen deze uitspraak hoger
beroep ingesteld bij het Hof.
Vraag 3
Volgens ons onderzoek heeft er inmiddels een gesprek plaatsgevonden tussen Staatsbosbeheer en de
gemeente over dit conflict. Wat zijn de uitkomsten van dit gesprek?
Antwoord:
Tijdens dit gesprek heeft wethouder Laseur twee mogelijke oplossingen van het conflict aan
Staatsbosbeheer voorgesteld, namelijk 1)om het bedrijf niet in één keer, maar gefaseerd af te
bouwen en 2) om de paarden onder te brengen op een andere locatie die wel de instemming van
Staatsbosbeheer heeft. Staatsbosbeheer gaf aan beide opties nog niet onderzocht te hebben, maar
hield vast aan het standpunt dat alle paarden van het weiland af moeten.
Overigens is ter zitting van 30 september 2011 van de rechtbank gebleken, dat Staatsbosbeheer niet
bereid is met de heer Evers om de tafel te gaan zitten om een mogelijke oplossing van het conflict te
bespreken.
Vraag 4
De familie Evers heeft een aanvraag ingediend om het laten grazen van paarden te legaliseren. Wat is de
status van deze aanvraag?
Antwoord:
Wij zullen op dit verzoek op korte termijn een principe-uitspraak afgeven. Afhankelijk van deze
uitspraak volgt een planologische procedure, waarbij de raad gevraagd wordt een verklaring van geen
bedenkingen af te geven.
Vraag 5
Welke rol zou het college kunnen spelen in de mogelijkheid om via bemiddeling tot een constructieve
oplossing te komen voor de familie Evers en voor Staatsbosbeheer?
Antwoord:
Wij menen dat de gemeente hierin geen rol kan spelen. Het conflict tussen Staatsbosbeheer en de
familie Evers is enerzijds van privaatrechtelijke aard en daarin kan de gemeente geen partij zijn.
Bovendien gaat het conflict niet alleen over het houden van paarden, maar heeft het ook te maken
met de relatie pachter-verpachter. Anderzijds zijn wij publiekrechtelijk in zoverre partij, dat wij op
grond van de uitspraak van de rechtbank van 10 januari 2011 hebben besloten om per 1 januari 2012
handhavend ten aanzien van het bestemmingsplan op te treden. Dat betekent dat de gemeente geen
onafhankelijke of onpartijdige positie in dit conflict kan innemen.
Daar komt bij dat ter zitting van 30 september 2011 van de rechtbank duidelijk is geworden dat
Staatsbosbeheer niet met de heer Evers wil onderhandelen over een mogelijke oplossing, maar een
uitspraak van de rechtbank wil.
De beantwoording stelt ons in die zin tevreden dat de gemeente weinig blaam treft in het langlopende conflict. Het is te hopen dat het college de aanvraag tot legalisering met een JA beantwoord en dat vervolgens de gemeenteraad dit overneemt middels een verklaring van geen bedenkingen.
De stellingname van Staatsbosbeheer betreuren wij zeer. Voor ons onbegrijpelijk dat er van hun zijde geen gesprek meer mogelijk is met haar pachter. Op 11 november doet de rechter uitspraak. Het is te hopen dat die de starre houding van Staatsbosbeheer afkeurt en de pachtontbinding nietig verklaart.
Helaas zijn er in dit conflict alleen maar verliezers.




